In steeds meer Limburgse gemeenten zien we dat jeugdactiviteiten, ooit gedragen door vrijwilligers uit de wijk, nu worden uitgevoerd door professionele welzijnsorganisaties. Gemeenten geven opdrachten aan deze instellingen om kinderen en jongeren te bereiken, zeker in sociaal kwetsbare dorpen en wijken. Dat doel is nobel én legitiem. Maar het roept tegelijkertijd een ongemakkelijke vraag op: wat gebeurt er met de vrijwillige jeugdorganisaties die deze rol jarenlang hebben vervuld?
Het is tegenstrijdig: aan de ene kant subsidiëren gemeenten en de Provincie Limburg initiatieven die het vrijwilligerswerk moeten ondersteunen, aan de andere kant geven zij opdrachten aan welzijnsorganisaties die dezelfde activiteiten uitvoeren, vaak gratis of sterk gesubsidieerd. Vrijwilligersinitiatieven kunnen hier moeilijk tegenop, zeker als ze zelf slechts een bescheiden bedrag per deelnemend kind ontvangen.
Vrijwilligers voelen zich verdrongen
Daarmee wordt de essentie van het vrijwilligerswerk onder druk gezet. Niet omdat het minder waardevol zou zijn, maar omdat vrijwilligers zich verdrongen voelen. Hun jarenlange inzet, kennis van de buurt en sociale betrokkenheid raken op de achtergrond, terwijl gesubsidieerde instellingen met professionele krachten steeds zichtbaarder worden.
Toch hebben beide vormen van jeugdwerk hun waarde. Professionals hebben een taak in het bereiken van kinderen die anders tussen wal en schip vallen. Maar vrijwilligers bieden iets wat geen tijdelijke kracht kan evenaren: continuïteit, persoonlijke betrokkenheid en gemeenschapszin. Vrijwilligersorganisaties zijn plekken waar jongeren verantwoordelijkheid leren nemen en sociale netwerken ontstaan die generaties verbinden.
Wat dreigen we te verliezen?
Maar steeds vaker zien vrijwilligersorganisaties hun activiteiten leeglopen. Niet omdat hun aanbod minder waardevol is, maar omdat professionele organisaties met meer middelen en vaak spectaculairdere activiteiten jongeren naar zich toe trekken. Terwijl professionals werken met projectplannen, tijdschrijven en rapportages over aantallen deelnemers, bieden vrijwilligers vooral nabijheid, echtheid en vertrouwen. Die kwaliteiten zijn moeilijk meetbaar, maar des te belangrijker voor een gezonde samenleving.
Samenwerken in plaats van concurreren
Wat nodig is, is samenwerking en geen concurrentie. Laat de welzijnsprofessional een rol spelen als ondersteuner, coach of facilitator van het vrijwillige jeugdwerk. Investeer in versterking van bestaande buurtinitiatieven in plaats van ze te vervangen. Zorg voor een eerlijke verdeling van middelen, waarbij vrijwilligersorganisaties niet financieel achtergesteld worden.
Vrijwillig jeugdwerk is geen overblijfsel
Gemeenten doen er goed aan om hun jeugdbeleid opnieuw tegen het licht te houden. Niet alleen op effectiviteit, maar ook op maatschappelijke samenhang. Want als we blijven inzetten op korte termijn ‘output’, dreigen we de lange termijn ‘outcome’ te verliezen: een samenleving waarin mensen zélf de handen uit de mouwen steken voor hun buurt.
Vrijwillig jeugdwerk is geen overblijfsel uit het verleden, maar een fundament voor de toekomst. Laten we dat koesteren en ondersteunen waar het kan.
Wil je op dit artikel reageren?
Stuur je reactie dan aan info@jeugdwerklimburg.nl


